Zorgvuldige dialoog met omgeving ruimtelijk relevant criterium

Door Minouch van de Ven

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft bij uitspraak van 7 november 2016 een omgevingsvergunning vernietigd, die in afwijking van het bestemmingsplan de bouw van een pluimveestal toestaat.

Omwonenden voeren onder meer aan dat deze vergunning in strijd is met artikel 7.3, tweede lid onder a Verordening Ruimte 2014 van de provincie Noord Brabant. Daarin staat dat een bestemmingsplan een toename van bestaande oppervlakten van een veehouderij in gemengd landelijk gebied alleen toestaat, indien een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving in de planontwikkeling. De vergunninghouder voert in beroep aan dat dit voorschrift onverbindend is, omdat het ruimtelijke relevantie mist. Er is namelijk geen wettelijke verplichting aan te wijzen die de beoordeling van ruimtelijke gevolgen verbindt aan de uitkomst van een dialoog met de omgeving. De Rechtbank oordeelt dat een zorgvuldige dialoog de vergunninghouder weliswaar niet verplicht om rekening te houden met de uitkomsten van de dialoog, maar dat het er wel toe kan leiden dat bij de aanvraag om vergunningverlening of op andere wijze aandacht wordt besteed aan de wensen en zorgen van de omgeving met betrekking tot de ruimtelijke gevolgen van het plan. De omgevingsvergunning wordt daarom wegens strijd met Verordening Ruimte vernietigd.

De Afdeling is het blijkens haar uitspraak van 18 oktober 2017 in hoger beroep met de Rechtbank eens. De betreffende bepaling in de Verordening Ruimte is niet onverbindend. Omdat het op het moment van indiening van de aanvraag al meer dan vijf jaar geleden was dat met de omgeving overleg was gevoerd over de uitbreiding, is volgens de Afdeling niet aan deze bepaling voldaan. De vernietiging van de omgevingsvergunning blijft dus in stand. De volledige uitspraak vind je hier.