Verzamelwet Brexit

Door Minouche van de Ven

In verband met de naderende uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de EU wordt in Nederland wetgeving voorbereid die rekening houdt met verschillende uittredingsscenario´s. Ook al heeft het Britse parlement op 14 maart 2019 voor een (beperkt) uitstel gestemd, de scenario´s van uittreding blijven onvoorspelbaar. Het wetsvoorstel (EK 35084) ligt op dit moment bij de Eerste Kamer en zal op 19 maart aanstaande plenair worden behandeld.

Het voorstel bevat noodzakelijke aanpassingen van Nederlandse wetgeving in verband met het uittredingsproces en is bedoeld om onaanvaardbare gevolgen voor burgers en bedrijven in verband met de Brexit te voorkomen. In de memorie van toelichting valt te lezen dat er 2 categorieën wijzigingen worden voorgesteld. Wijzigingen die nodig zijn, ongeacht het tijdstip waarop de Brexit gaat plaatsvinden en wijzigingen die rekening houden met onvoorspelbare uitkomsten van de onderhandelingen. Voor de tweede categorie van wijzigingen zijn aanvullende wettelijke voorzieningen nodig om te zorgen dat snel gehandeld kan worden. Het gaat hier met name over de (mogelijke) gevolgen voor burgers uit het Verenigd Koninkrijk en de EU in het kader van de Zorgverzekeringswet en op het terrein van de sociale zekerheid. Daarnaast wordt het mogelijk om bij onvoorziene en onverwachte resultaten van de onderhandelingen snel (tijdelijke) maatregelen te nemen die afwijken van bestaande regelgeving  (TK 35084, nr 3, p. 4 e.v.).

Inmiddels heeft de Raad van State op verzoek van de Eerste Kamer antwoord gegeven op de vraag of het bij wijze van uitzondering mogelijk is om bij lagere regeling acute voorzieningen te treffen die kunnen afwijken van hogere regelingen. De Raad antwoordt dat het primaat van de wetgever uitgangspunt is in het Nederlandse staatbestel. Een machtiging, waarbij in de vorm van een lagere regeling (zoals een ministeriële regeling) van wetten kan worden afgeweken, is alleen in uitzonderingsgevallen mogelijk en zeer onwenselijk. De Raad onderkent dat er vanwege de onvoorspelbare gevolgen van Brexit situaties denkbaar zijn, waarin acuut ingrijpen nodig is, waardoor zelfs bij ministeriële regeling van de wet moet kunnen worden afgeweken. Daarom moet de mogelijkheid bestaan om op deze manier door lagere regelgeving van de wet af te wijken. Wel is het daarbij van belang dat zo spoedig mogelijk na het tijdstip waarop zo’n ministeriële regeling in werking treedt, alsnog een wetsvoorstel aan de Tweede Kamer wordt gestuurd om die regeling goed te keuren. Het volledige advies is te vinden op de website van de Raad van State: https://www.raadvanstate.nl/actueel/abonnementenservice/samenvattingen/samenvatting/@114294/w16-19-0060-ii-vo/#toonsamenvatting