Snelle invoering rendementseisen kolencentrales niet proportioneel

Door Minouch van de Ven

De Afdeling Advisering van de Raad van State heeft op 2 november 2015 een advies uitgebracht over het ontwerp tot wijziging van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Dit wijzigingsbesluit treedt per 1 januari 2016 in werking. De Afdeling advisering merkt op dat de daarin neergelegde termijnen voor het uitfaseren van kolencentrales niet als een redelijke termijn zijn aan te merken. In de aanstaande wijziging van het Activiteitenbesluit zijn rendementseisen neergelegd voor energiecentrales. Deze houden in dat aan het landelijke hoogspanningsnet geleverde elektriciteit gedeeld door de energie-inhoud van de brandstofinzet op 1 januari 2016 ten minste 40% moet zijn. Voor kolencentrales wordt deze eis tot 1 juli 2017 vastgelegd op ten minste 38%. Daarna moeten ook zij voldoen aan de eis van 40%. Hiermee wordt een nadere invulling gegeven aan internationale klimaat-, energie- en luchtkwaliteits-doelen, zoals onderschreven met het Energieakkoord. De minimum rendementseisen hebben tot doel de minst duurzaam, kolengestookte elektriciteitsproductie uit te faseren.

De Afdeling Advisering van de Raad van State merkt op dat kolencentrales die momenteel niet aan deze eisen voldoen, vrijwel onmogelijk hun bedrijfsprocessen binnen een half jaar tot twee jaar kunnen aanpassen aan de aangescherpte rendementseisen. De aanscherping van de rendementseisen lijkt daarmee, vanwege de zeer korte invoeringstermijn, feitelijk neer te komen op sluiting van de betreffende kolencentrales. De Afdeling adviseert daarom het ontwerpbesluit aan te passen en een redelijke termijn te stellen waarbinnen aan de eisen moet worden voldaan.

Dat de voorgenomen wijziging de uitfasering van kolengestookte elektriciteitsproductie beoogt is geen nieuws. Een rendementseis van 40% is dat ook niet. Dit rendement vloeit immers voort uit de EU-richtlijn industriële emissies, die uitgaat van de toepassing van beste beschikbare technieken om energieverbruik en emissies te reduceren. Dit is helder in de toelichting van het ontwerp van het Activiteitenbesluit vermeld. De Afdeling Advisering geeft de Minister dan ook niet in overweging de rendementseis voor kolencentrales te schrappen, maar uitsluitend om de overgangstermijn te verruimen. Daarmee krijgen producenten meer tijd krijgen om de productie van oudere kolencentrales, die onmogelijk aan deze eis kunnen voldoen, af te bouwen. Dit mogelijke uitstel is wel nieuws, omdat dit op gespannen voet staat met de afspraken die in het Energieakkoord voor duurzame groei (pijler 6) zijn gemaakt. Daarin wordt nog uitgegaan van een sluiting van 3 kolencentrales per 1 januari 2016 en twee resterende kolencentrales per 1 januari 2017. Verder uitstel van deze afspraken betekent dat aan de fundamenten van het Energieakkoord wordt geknabbeld, wat weer gevolgen kan hebben voor de overige verduurzamingsdoelen die in dit akkoord zijn neergelegd.