De wetgever is een klusser. Kent u die uitdrukking?

Door Minouche van de Ven

Het feuilleton over de invoering van de nieuwe Omgevingswet is sinds november 2021 live te volgen of als gemiste uitzending terug te kijken. De link is te vinden op de website van de Eerste Kamer, die zich buigt over de vraag of de technische ondersteuning van deze wet, met name het digitaal stelsel omgevingswet (dso), klaar is voor gebruik op 1 juli 2022, het voorgenomen moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet. De afleveringen lenen zich zonder meer voor binge-watching.

De Eerste Kamer raadpleegt diverse deskundigen, zowel IT-ers als vertegenwoordigers van provinciale en gemeentelijke besturen, waterschappen en de rechtspraak. Het position paper dat namens de Raad voor de Rechtspraak bij de Eerste Kamer is ingediend benadrukt dat de Omgevingswet bepaald geen vereenvoudiging heeft gebracht, integendeel de wet is nog moeilijker dan destijds voorzien. Alsof deze boodschap al niet verontrustend genoeg is, slaat de kijker de schrik om het hart bij het beluisteren van de IT-deskundigen en de ‘bekentenissen’ van bestuurders dat er in het dso tot dusver alleen is geoefend met kleine projecten zoals de kap van een boom, de plaatsing van een dakkapel en een enkel ‘groter project’ zoals de realisatie van een dierenasiel of viskwekerij. Kortom, er is (nog) geen ervaring opgedaan met complexe ruimtelijke projecten, laat staan dat eindgebruikers (de initiatiefnemers) van complexe of minder complexe projecten de kans hebben gekregen om met het dso te oefenen. Ook de Nederlandse vereniging van raadsleden uit kritiek. Zij vreest chaos als de Omgevingswet per 1 juli 2022 wordt ingevoerd en pleit voor uitstel, totdat het dso goed werkt, in ieder geval tot ten minste 1 januari 2023. De kleinere gemeenten geven aan niet klaar te zijn voor invoering, niet alleen vanwege het instabiele dso, maar ook vanwege de samenloop met de enorme taken die op het bord van deze gemeenten liggen, zoals woningbouwtekorten, de energietransitie, klimaatverandering, stikstofreductie en veranderingen in de landbouw. Zij hebben niet de tijd en menskracht om zich volledig toe te leggen op de invoering van een zeer complexe wet met een instabiel digitaal platform.

De toelichting op de technische problemen van het dso zijn voor een leek lastig te volgen. De  bevindingen van IT-experts komen er echter in grote lijnen op neer dat meerdere gebruikers, die tot dusver hoofdzakelijk bestaan uit overheden die toegang tot de testomgeving hebben, niet allemaal tegelijk van het dso gebruik kunnen maken en dat het inzichtelijk maken van alle relevante (geo)data in combinatie met de in het verleden genomen relevante besluiten moeizaam blijkt. De verbeteringen die zijn aangebracht zijn nog altijd niet toereikend. Een voorlopige oplossing zou zijn dat overheden wel allemaal van start gaan met het nieuwe stelsel van de Omgevingswet per 1 juli 2022, maar dat slechts een beperkt aantal overheden gebruik maakt van het dso. Andere overheden blijven voorlopig het huidige informatiemodel ruimtelijke ordening (imro) – beter bekend als ruimtelijkeplannen.nl – gebruiken. Een deskundige vergeleek deze situatie met de TV-serie van de bijklussende echtgenoot in een never-ending verbouwing van een brakke woning, waarvan we allemaal weten dat het niet goed afloopt.

De deskundigen die juist voor snelle invoering van de Omgevingswet pleiten, brengen het argument naar voren dat het momentum niet verloren mag gaan en dat de problemen met het dso zich gaandeweg wel zullen oplossen. Daar kan tegenovergesteld worden dat bij de oplevering van een digitaal stelsel normaal gesproken de doorslag moet geven of het voldoet aan de functionele eisen die daaraan bij het ontwerp zijn gesteld. Het vasthouden van het ‘momentum’ is geen opleveringeis, maar een politieke wens.

In de (advocatuurlijke) adviespraktijk zet iedereen zich inmiddels schrap. Om te voorkomen dat men in een chaos belandt, worden massaal aanvragen voorbereid die nog op grond van het oude recht kunnen worden afgedaan.

De vraag is uiteraard hoe de Eerste Kamer gaat oordelen. Als iedereen op 1 juli 2022 met de Omgevingswet moeten gaan werken en de voorspelde chaos doet zich werkelijk voor, dan is de schade op uitvoeringsniveau niet te overzien, om over de vertraging in beleidsdoelstellingen, zoals de energietransitie, klimaatverandering, stikstofreductie en woningbouwopgaven nog maar te zwijgen. Het is onbegrijpelijk dat de wetgever een dergelijk risico onder de huidige zwaarwegende maatschappelijke problemen durft te nemen.