Avec ou sans gaz?

Door Minouche van de Ven

Bouwwerken mogen vanaf 1 juli 2018 niet meer op eerste verzoek door de netbeheerder aangesloten worden op het gastransportnet, voor zover het gaat om een verzoek om een kleinverbruikersaansluiting (tot ten hoogste 40 m3(n)/uur). Meestal gaat het dan om woningen, maar ook andere gebouwen kunnen hieronder vallen. Voorheen stond in de Gaswet dat de netbeheerder de plicht heeft om iedereen die daarom verzoekt aan te sluiten op het aardgasnet. Deze verplichting is bij inwerkingtreding van de Wet voortgang energietransitie (Wet vet) uit de Gaswet gehaald.

De aansluitplicht voor kleinverbruikersaansluitingen geldt volgens het nieuwe artikel 10 lid 7 Gaswet niet voor twee categorieën. Ten eerste vervalt de aansluitplicht voor een nieuw te bouwen bouwwerk, tenzij burgemeester en wethouders het gebied waarin dit bouwwerk wordt gebouwd, hebben aangewezen als gebied waar aansluiting op het gastransportnet strikt noodzakelijk is. Hieronder wordt verstaan dat zwaarwegende redenen van algemeen belang, met inbegrip van maatschappelijke kosten en baten, het nodig maken om zulke aansluitingen toch toe te staan. Ten tweede vervalt de aansluitplicht in gebieden waar een gastransportnet aanwezig is, indien burgemeester en wethouders het gebied hebben aangewezen als gebied waar zich een warmtenet, als bedoeld in artikel 1 van de Warmtewet (zoals stadsverwarming), of een andere energie-infrastructuur bevindt of gaat bevinden die kan voorzien in de verwachte warmtebehoefte.

Gemeenten staan voor een grote uitdaging. Zij zullen zich de komende periode moeten buigen over de vraag of er gebieden zijn waar het nodig blijft nieuw te bouwen bouwwerken aan te sluiten op het gastransportnet. Zo ja, dan zullen zij moeten toelichten welke zwaarwegende redenen van algemeen belang hiertoe noodzaken. Daarnaast moeten zij gebieden aanwijzen met bestaande bebouwing, aangesloten op het aardgasnet, waar stadsverwarming of alternatieve bronnen van verwarming in de warmtevraag van bebouwing voorziet of kan gaan voorzien.  Alternatieve warmtebronnen voor nieuwe bouwwerken zijn de afgelopen jaren meer regel dan uitzondering geworden, zodat het vervallen van de kleinverbruikersaansluiting voor nieuwbouw misschien niet de grootste zorgen baart. Vandaar de wettelijke plicht om uitvoerig te motiveren waarom zo’n gasaansluiting dan toch nodig zou zijn. Maar in gebieden met bestaande bebouwing, ook al geldt daarvoor dat deze alleen aangewezen kunnen worden als er nu of op termijn een warmtenet aanwezig is, liggen de alternatieven niet voor het oprapen. De vraag is dus welke (betaalbare) alternatieven er zijn en hoe snel gemeenten zulke gebieden kunnen aanwijzen.

De Wet vet zet, als je het optimistisch bekijkt, in ieder geval druk op de keuzes die gemaakt moeten worden bij de overgang naar andere warmtebronnen en zal waarschijnlijk leiden tot een snellere ontwikkeling van alternatieven.